Open tot 17:00

1. Stadslichten ingeschakeld
2. Dimlicht ingeschakeld
3. Weergave wanneer verlichting is ingeschakeld
4. Defecte lamp
5. Grootlicht ingeschakeld
6. Mistlampen voor ingeschakeld
7. Mistlamp achter ingeschakeld
8. Knipperlicht(en) aan


Welke verlichting is verplicht?

De verlichting van je auto is erg belangrijk en het is dus ook goed om te weten wanneer je welke verlichting ingeschakeld moet hebben. Wij lichten (snap je ‘m) je het een en ander toe.

Day running lights (DRL)

Auto’s die na januari 2011 zijn geproduceerd moeten verplicht uitgerust zijn met dagrijverlichting (DRL). Deze maatregel zorgt ervoor dat een naderende auto overdag beter zichtbaar is. Dagrijverlichting staat aan zodra de motor loopt. Zet je de reguliere verlichting aan, dan zal de dagrijverlichting automatisch uitgeschakeld worden.


Dimlicht

Dimlicht moet je standaard voeren wanneer het donker is of als je zicht overdag wordt belemmerd door mist, regen, hagel of sneeuw. Wanneer je dimlicht inschakeld gaan niet alleen de koplampen aan, ook de achterlichten en de kentenplaatverlichting gaan branden.


Stadslicht

Ook wel bekend als parkeerlicht. Dit type verlichting is namelijk bedoeld om een geparkeerd voertuig zichtbaar te maken. Bij het activeren van het stadslicht gaan de achterlichten, de kentekenplaatverlichting en twee kleine lampjes aan de voorkant branden. Hierdoor ben je wel zichtbaar maar wordt het weggedeelte voor de auto niet verlicht. Op het moment dat je verplicht bent te rijden met verlichting, is uitsluitend stadslicht niet voldoende.


Grootlicht

Het grootlicht zorgt ervoor dat de weg voor de auto maximaal verlicht wordt. Let wel op tegenliggers want dit type licht is verblindend. Je mag grootlicht alleen in het donker gebruiken wanneer er geen ander verkeer in de buurt is.


Mistlicht

Mistlichten zorgen voor een fel licht en mogen daarom niet zomaar gebruikt worden omdat je hier andere weggebruikers mee kunt hinderen. Mistlichten aan de voorkant mag je gebruiken als mist, sneeuwval of regen je zicht belemmerd. Mistlichten aan de achterkant mag je alleen gebruiken als sneeuwval of mist het zicht dusdanig beperkt waardoor je minder dan 50 meter zicht hebt. Bij zware regen is het gebruik van het mistachterlicht niet toegestaan. Let op: als de mistlichten branden, hoeven de dimlichten niet aan.


Achterlichten

De achterlichten moeten altijd samen branden met groot licht, dimlicht, stadslicht of mistlicht.


Kentekenplaatverlichting

Deze verlichting zorgt ervoor dat de kentekenplaat altijd verlicht en dus goed zichtbaar is. Deze verlichting brandt altijd tegelijk met groot licht, dimlicht, stadslicht of het mistlicht.

bron: AAS Dagherstel (www.aas-dagherstel.nl)